Met deze 5 stappen kan je als gemeente aan de slag met repareren

Met deze 5 stappen kan je als gemeente aan de slag met repareren

Nederlanders gooien veel spullen weg die nog gerepareerd of hergebruikt kunnen worden. Zo bestaat een deel van het grof huishoudelijk afval uit apparaten en andere producten die nog een tweede leven kunnen krijgen. Reparatie voorkomt afval, bespaart grondstoffen en kan bijdragen aan een sterke lokale gemeenschap. Ook gemeenten kunnen hierin een rol pakken. Van het zichtbaar maken van bestaande reparatievoorzieningen tot het opnemen van reparatie in beleid en het ondersteunen van lokale initiatieven. Met deze vijf stappen kan je als gemeente concreet aan de slag.

De reparatiebeweging groeit

Steeds meer inwoners, vrijwilligers en organisaties zetten zich in voor reparatie. Het aantal Repair Cafés in Nederland groeide van ongeveer 500 locaties in 2022 naar 747 actieve Repair Cafés in december 2025. Bij meer dan 40% van de apparaten die bij een Repair Café binnenkomen, lukt het om deze te repareren.

Dat biedt gemeenten kansen om aan te sluiten bij een beweging die lokaal al volop in ontwikkeling is.

1. Breng het lokale reparatienetwerk in beeld

Van Repair Cafés en reparatiewinkels tot circulaire ambachtscentra en kringloopwinkels: in veel gemeenten en regio’s zijn al voorzieningen aanwezig. Breng deze eerst in kaart. Waar kunnen inwoners terecht met kapotte kleding, meubels, elektronica of andere spullen?

Maak deze plekken vervolgens goed vindbaar. Dat kan bijvoorbeeld via de gemeentelijke website, zoals de gemeente Apeldoorn doet, of via platforms als RepairConnects.

Kijk ook waar bestaande initiatieven kunnen worden uitgebreid. Zo zijn in Utrecht structurele reparatiedagen georganiseerd bij De Reparatiebalie.

2. Organiseer lokale reparatieacties

Een landelijke campagne kan een goed moment zijn om reparatie lokaal onder de aandacht te brengen. Denk aan de Week van de Circulaire Economie of Heel Nederland Repareert.

Gemeenten kunnen bijvoorbeeld een reparatiemoment organiseren, lokale initiatieven ondersteunen of inwoners actief verwijzen naar bestaande reparatievoorzieningen. Samenwerking met bewonersinitiatieven is daarbij belangrijk. Gemeenten als Heerlen, Overveen en Maashorst laten zien hoe lokale initiatieven en gemeenten elkaar kunnen versterken.

3. Veranker reparatie in beleid en uitvoering

Reparatie hoeft niet afhankelijk te zijn van losse projecten of enthousiaste vrijwilligers. Geef het een plek in het gemeentelijk grondstoffen- en afvalbeleid en verbind het waar mogelijk aan andere beleidsterreinen, zoals circulaire economie, armoedebeleid en participatie.

De handreiking Gemeentelijk Beleidsplan Afvalstoffen – Grondstoffen biedt hiervoor handvatten.

Er zijn verschillende manieren om reparatie te stimuleren. Zo wordt in Nijmegen gesproken over reparatieplatforms en reparatievouchers. Hilversum werkt met reparatievouchers en in Amsterdam krijgen Stadspashouders korting op kledingreparaties bij aangesloten kleermakers.

4. Communiceer waar inwoners terechtkunnen

Een reparatievoorziening heeft weinig effect als inwoners niet weten dat deze bestaat. Maak daarom duidelijk waar, wanneer en waarvoor inwoners terechtkunnen.

Gebruik hiervoor de gemeentelijke website, nieuwsbrief en sociale media. Laat bijvoorbeeld zien welke spullen inwoners kunnen laten repareren en deel verhalen van lokale reparateurs, vrijwilligers en inwoners.

Gemeenten als Den Haag, Apeldoorn en Hilversum zetten communicatie in om reparatie onder de aandacht te brengen.

5. Werk samen in de regio

Een sterke reparatie-infrastructuur stopt niet bij de gemeentegrens. Werk daarom samen met buurgemeenten, Repair Cafés, kringlooporganisaties, circulaire ambachtscentra, ondernemers en bewonersinitiatieven.

Ook landelijke en regionale campagnes bieden kansen om kennis, communicatie en activiteiten te bundelen. Zo werken gemeenten tijdens De Nationale Reparatieweek samen met onder andere de Natuur en Milieufederatie Utrecht, Regio Foodvalley en Afval van Utrecht.

Door ervaringen en voorzieningen te delen, hoeft niet iedere gemeente zelf het wiel uit te vinden. Zo kan stap voor stap een sterkere regionale reparatie-infrastructuur ontstaan.

Bron: De Verschilmakers

Zelf aan de slag?

Begin klein: breng het bestaande reparatienetwerk in kaart, bepaal waar nog een gat zit en kijk welke lokale partners al actief zijn. Van daaruit kunnen reparatie en hergebruik verder worden verankerd in gemeentelijk beleid en uitvoering.

Actielijn: Heel Utrecht Repareert

Repareren verlengt de levensduur van producten, voorkomt afval en bespaart grondstoffen. Met Heel Utrecht Repareert werken Utrechtse gemeenten, reparateurs, Repair Cafés, bewonersinitiatieven en andere partners aan een sterke reparatiebeweging in de provincie. Heel Utrecht Repareert is de Utrechtse aanpak binnen de landelijke beweging Heel Nederland Repareert. Vanuit de Alliantie Cirkelregio Utrecht verbinden we lokale initiatieven, gemeenten en landelijke ontwikkelingen.

Ik wil meer weten

Wil je meer weten over repareren? Neem dan contact op met Pauline!

Profiel Pauline van Norden

Pauline van Norden

Projectleider Heel Nederland Repareert